Sander Koolwijk©

 

Op mijn achtste kwam uit een test op school naar voren dat ik dyslectisch was. Op de vraag wat ik later wilde worden antwoordde ik: schrijver en bankdirecteur.

Zo kwam het dat ik zowel een studie volgde te midden van een vreemde horde toekomstige neoliberale bankiers aan de Amsterdamse Academie voor bank en financiën (inmiddels overigens met als idee om “hard opgeleid” in de ontwikkelingshulp te gaan werken), als het dichtersfestival van de KUB won. De grootste ‘prijs’ die ik in Tilburg kreeg – naast een optreden op De Nacht van het Boek – was de kennismaking met literatuurwetenschapper, criticus en schrijver Hugo Verdaasdonk, die mij aan zijn keukentafel mijn eerste literaire kritieken gaf. Tijdens mijn eerste keukentafelsessie was ik zo zenuwachtig dat ik zijn zure, ver over de datum bier, niet durfde te weigeren. Zelf dronk hij wijn. Richting het einde van mijn studie probeerde ik tevergeefs een stageplek te bemachtigen bij een ontwikkelingshulporganisatie. In 1999 rondde ik mijn studie af en werkte ik op één van de grootste onderhandse beursvloeren in de City van London. Deze korte termijn wereld, met naast de kantoorpisbakken het openbare cokesnuiftoilet, hield ik na een half jaar voor gezien.

Naast schrijver en handelaar was ik alpinist en extreemskiër. In het bergsportblad Limits had ik jarenlang een verhalende column. Bij de uitgever van Limits verscheen in 2002 Bergstraat 55, een dichtbundel over klimmen. Vijf gedichten maakten deel uit van de expositie 100 jaar klimmen in het Olympisch Museum. Ik werkte freelance als energiespecialist, dichter en journalist. Voor Het Parool schreef ik reportages zoals over de kraakwereld en subwereldjes zoals fietscouriers en wildplakkers. In 2003 werd ik medeoprichter van een nieuw energiebedrijf. In datzelfde jaar deed ik mee aan mijn eerste poetryslam.

In 2005 werd ik vader, Nederlands Kampioen Poetry Slam en debuteerde ik officieel met Onder dak, bij Holland, in de Windroosreeks. Mede dankzij de bibliotheken en heel veel optredens, op het podium en op radio en tv, werd de bundel goed verkocht. In 2007 maakte het gedicht ‘Winter’ deel uit van de expositie Als het ijs smelt, van het Museum Volkenkunde. In 2008 stond ik op Lowlands, waar ik de All Star Poetry Slam won. Ik werkte aan een serie VJ-filmpjes voor de dansvloer en zat jarenlang in de jury van de Utrechtse PoetrySlam.

Twee weken na de geboorte van mijn tweede kind in 2011 verscheen de dichtbundel: De Patroon van het huis (Holland), die goed werd ontvangen. Voordrachten bij onder meer Dichter aan huis en voor Stichting Poëziefestival Landgraaf volgden. Ook werkte ik een tijd lang als Dichter van de Dag voor Radio 1.

In 2013 begon ik aan Uitzicht: een boek over megalomane architecte die het foute vastgoed ingaat om haar architectonische grootheidswaanzin te kunnen verwezenlijken. In 2016 stapte ik uit het het energiebedrijf. Ik trad (en treed) op voor bedrijven en congressen en ben dichter in De Beweegredenshow, samen met twee jongleurs en een violiste. Daarnaast was ik nauw betrokken bij de opstart van The Crowd Versus, een crowdfundingplatform voor rechtszaken tegen multinationals die verkeerde dingen doen Ook publiceerde ik verschillende gedichten en maak ik regelmatig deel uit van de jury tijdens de Festina Lente Poezieslag.

Nadat Uitzicht “klaar” was, stuurde ik het aan drie uitgevers. Van alle drie kreeg ik hele mooie reacties over het verhaal, over de compositie en de inhoud. Mijn eigen stem echter, bleek nog niet “eigen” genoeg. Onder andere werd gevraagd: waarom herkennen we jouw stem wel in jouw poëzie en niet in jouw roman? Ik besloot om niet verder te gaan “leuren” met mijn boek, maar te gaan werken aan mijn “stem”. Dit was de reden om begin 2018  mee te doen aan de Meesterproef van de Querido schrijfacademie. Vier maanden lang werkte ik aan Spiegelreflectie Amsterdam, met al primaire doel: het vinden van mijn eigen stem. Als ik mag afgaan op het positieve leesrapport dat ik ontving, is dat gelukt:
“Koolwijk is een goede schrijver. Hij hanteert een prettige stijl die mooie literaire uitschieters bevat. Zijn schrijven is bij vlagen poëtisch, maar zonder artificieel te worden. Koolwijk weet de schipperssfeer, het ‘Amsterdam-vanaf-het-water’-gevoel, heel sterk neer te zetten. Hij schrijft erg beeldend en bij de passages over Nieks paniekaanvallen heeft hij ‘show, don’t tell’ goed toegepast” en: “Koolwijk heeft in Spiegelreflectie een unieke setting (Amsterdam vanaf het water), en een bijzondere hoofdpersoon (een schizofrene schipper) samengevoegd om interessante thema’s en ideeën te bespreken. Het is een erg origineel werk maar het blijft toch toegankelijk (…), en ik denk dat het daarom zeker de aandacht zal trekken van zowel commerciële als meer literaire uitgeverijen.”

Momenteel is het wachten op Marianne Schönbach Litary Agency, nu de schrijfacademie heeft besloten mijn manuscript aan te bieden aan hun. Maar waarlijk wachten is wachten terwijl je niet aan het wachten bent: momenteel ben ik daarom aan het werken aan een nieuwe dichtbundel, die langzaam gestalte begint te krijgen op papier en in het hoofd!