Sander Koolwijk©

 

Dichtopdracht voor Nationaal Comité 4 en 5 mei

Dichter van de dag bij de Nascholingsdag oorlog en dekolonialisatie Nederlands-Indië / Indonesië 1942-1949. Volgende live geschreven gedicht droeg ik voor als afsluiting van die dag:

 

De Kist van Lou

Sneldicht opdracht voor stichting 1940-1945: de dagafsluiting van de nascholingsdag dekolonisatieperiode NL-Indië voor geschiedenisdocenten en herinneringsexperts te Bronbeek.

 

Mijn zoon heet Lou en hij is zes jaar oud.

In zijn kamer hangt een opplakhemel

die geeft in het donker een onschuldig licht.

Er loopt een spoor onder zijn bed door.

En er staat een kist vol boeken

en die kist moet ‘s nachts altijd dicht.

Want hij is bang voor verstopte verhalen

die in de nacht tot leven komen

hij is bang voor eenzijdige sprookjes

die hem die kist intrekken in zijn dromen.

 

In de kamer van Lou staat een kist.

Die kist komt uit het ontruimde huis van onze buurman

die niet naar Bronbeek,

maar naar een gewone aanleunwoning ging.

Op die kist staan grote witte letters

die Lou nu nog niet lezen kan

het zijn symbolen en verwijzingen

naar een oorlog na de oorlog

naar de KNIL naar een rang

naar eurocentrisch perspectief

naar vele 100.000-den slachtoffers

en, naar wat je met eufemismen

niet al verbloemen kan.

 

Lou is zes jaar en over zes jaar

zit hij op de middelbare school.

Wat hoop ik dat hij U dan treft

op een excursie of in een klaslokaal

waar op een dag een blok begint

dat “het voormalig Nederlands Indië” heet.

Dat hem dan verteld wordt

over Eurocentrisch èn Indonesisch perspectief

over de slachting op Banda

1621 door VOC “Held” Jan Pieterszoon Coen

over dat politionele actie niet met gummiknuppel werd gedaan

en dat aan de Bersiap-periode 350 jaar uitbuiting, slavernij

onderdrukking en permanente dwang vooraf is gegaan.

En dat Lou daarna dan thuiskomt en zegt: ‘Pa, kom eens mee.’

 

We lopen de trap op naar zijn kamer, waar alles is veranderd,

alleen die kist die staat er nog.

Hij wijst ernaar en zegt: ‘pa, die kist,

symboliseert een bewogen zwarte – nee – donkere periode,

die kist, misschien wil ik hem niet meer.’

Dan ga ik zitten op die kist

en vertel hem dat ik in Bronbeek,

2017, twee dagen na Halloween,

over hem en die kist heb gedicht,

over de duif van honderd pond met de olijfboom in zijn klauwen

en de kirrende verhalen van Gerdi Verbeet

over kippen en geiten op een landgoed zo groot

dat ik de werkgroepen in de middag niet direct vinden kon

over het rusthuis en over hoe je met een Bruynzeel potlood

de geest slijpt en door slim door te vragen

bij je geschiedenisleraar menig proefwerk vermijdt

en dat je ook jaloers op een leraar kunt zijn.’

Lou onderbreekt mij dan fronsend en vertelt

over de minderheidservaring

daders en slachtoffers, slachtoffers en daders

en wie Soekarno in de voor-1945 jaren was.

Ik vertel hem over chocolaatjes van Japanners.

Hij zegt: ‘Pa, kom op. De Darul Islam rebellie -

stilgezette Marshallhulp – Sint Maarten – Anti Communisme

koude oorlog – grootschalig mechanisch geweld -

haal uw dochter van de straten – overname staatsschuld -

proclamatie – grondwet – staatsinstelling -

TNI leger – onafhankelijkheid – klaar.’

Ik vertel hem over spekkoek in de ochtend

en de heerlijke Indonesische rijsttafel voor lunch,

over Franse eindexamenvragen die twijfels zaaien

bij de vrijheid gelijkheid en broederschap in Algiers,

over Bismarck, Lebensraum, Europese koloniën,

genocide, snelle dekolonisatie en

over Spoor, dat rondom oorlog niet enkel Joodse connotatie heeft

maar dat het kampongs in brand kon zetten

en dat dat vuur van Witte Nederlanders is geweest.

En natuurlijk vertel ik hem over jullie,

mooie mensen en docenten

die op die dag voor 20 euro

over het echte Nederland kwamen leren,

propaganda wantrouwend

burgerschapsopdracht omzeilend,

niet de oplossing dus, maar de vragen.

En dat er vanaf die dag, nu dus:

geprobeerd is om iedereen in dit land

een evenredige portie geschiedenis te geven.

Dat er interactief aandacht kwam

voor de verscheidenheid en dynamiek

binnen de Indonesische beweging.

Dat er bruggen werden geslagen

tussen nationale transnationale en internationale perspectieven

waardoor iedere Nederlander

zichzelf in onze geschiedenis hervindt.

Dat vanaf die dag duidelijk werd

dat er meer is dan de witte goedheid en de Sint,

dat er evenveel is dat ons bindt,

dat meerdere perspectieven verhalen kleuren,

dat rijst niet aardappel is,

dat Kerstmis nooit meer door ons kleine

“onschuldige” land gebruikt wordt voor een oorlogsmis-daad,

dat we niet West-Europees doof meer mogen zijn,

en dat de gebatikte mantel der liefde

van het monopolie van het leger op de Indonesische geschiedenis

èn van onze witte blinde vlek afgetrokken moet.

 

Naast het bed van mijn zoon staat een kist.

Als ik hem vanavond naar bed breng

opent Lou hem en haalt er een boek uit,

het heet Matabia.

We lezen over het kleine meisje Sylvia

van Indische ouders, die hier in Holland

maar één keer per week rijst eten mag.

Voor hij gaat slapen, legt Lou het boek weer in zijn kist

en die kist, die moet weer dicht.

 

Maar ik vestig mijn hoop op jullie,

mooie docenten en herinneringsexperts,

op jullie vormende – en uitdagerrol,

op jullie, voor wie geschiedenisles

geen administratieve bijkomstigheid is.

Ik vertrouw erop, dat na deze dag

- en als de methode digitaal beschikbaar is -

er een dag komt dat het juiste multi-perspectief telt

dat Lou niet meer bang hoeft te zijn

voor de witte spoken uit de eenzijdige -

of niet vertelde verhalen,

dat hij op een dag zegt: ‘pap,

die kist moet open blijven staan.

Pap, die kist mag niet meer weg,

de verhalen moeten worden verteld.

Pap, die kist mag nooit meer dicht.’

 

@ Sander Koolwijk, 3 november 2017


Gepubliceerd op 3/11/17