Overwoekerd
Het hoofd gevuld met aarde aangestampt
de armen over elkaar de krijger ontvochten
de zoeker ontzocht maar niet gevonden.
Er was een moment van willen uitbreken
maar alles is hek
en de angst groter dan gaten in de gedachten.
In de tuin, onder de bevroren appelboom
op het geroeste handvat van de hegschaar
de veren vergrijsd, de kop in de nek
zit de trekvogel, die, als ik op het raam klop
het hoofd schudt.
© Sander Koolwijk, 2011