In de tuin
In een stoel in de tuin in slaap gevallen.
Versgelezen liefdesliedjes op het aanrechtblad.
Binnen de lichten uitgedaan.
Dieren hebben jouw plek ingenomen.
Iemand trekt een laatste keer je kleren aan.
Een knipoog een foto in het hoofd.
De geur van dit geroosterd brood.
De krant blijft achter op de mat.
Om geen haast te krijgen moet je voort.
Vandaag ga je met de auto, achterin.
De deur gaat dicht.
Waar het doodloopt wordt op je gewacht.
Onder licht, gebroken door glas in lood
regisseer je een voorstelling naar het leven dat
het jouwe was.
Herinneringen kleuren je. Zorgvuldig ben je
in hoofden van de mensen geplaatst.
Ze zwermen uit. Jij kunt nu gaan.
© Sander Koolwijk, 2011