"De patroon van het huis", Uitgeverij Holland; mei 2011.
Pre-recentie Tsead Bruinja:
Sander Koolwijk is een dichter die kan kijken: ‘In de tuin, onder de bevroren appelboom / op het geroeste handvat van de hegschaar / de veren vergrijsd, de kop in de nek / zit de trekvogel, die, als ik op het raam klop / het hoofd schudt.’ Zijn vorige bundel Onder dak werd door Simon Vinkenoog aangeprezen als ‘een hermetisch huis’ met ‘vreemde bewoners.’ Van dat huis staan nu de ramen en de deuren wagenwijd open. We zien een zoon die op ontroerende wijze aan zijn overleden vader denkt nu hij zelf vader geworden is en we lezen de geschiedenis van een liefde uit Kosovo, waarbij de dichter trots de ‘geweigerde dollars in de keukenla’ verstopt . Met De Patroon van het huis heeft Sander Koolwijk een grote stap voorwaarts gemaakt, met open armen de wereld in.